Dienstknecht

24 maart 2026

Laatst moest ik ergens op een zondagochtend voorgaan. Het was in een gezinsdienst, die ik samen met een commissie had voorbereid. In de consistorie werd door de ouderling van dienst een gebed uitgesproken. Sommige ouderlingen hebben hun eigen tale Kanaäns. Deze niet. Totdat hij bad of de Heer zijn dienstknecht wilde zegenen.

Dienstknecht – dat woord had ik lang niet meer gehoord. Maar wat was het die ochtend van toepassing! Het zou gaan over de voetwassing. Jezus, die toch hun Heer en Meester was, zou het werk van een knecht gaan doen en de voeten van zijn discipelen wassen. Hij, zeker niet de minste, maakte zich klein en werd zo ieders dienaar. Als je zo’n dienstknecht bent, dan ben je pas echt groot!

Ik had het op dat moment ook echt even nodig. Te beseffen dat ik een dienstknecht ben. Meestal wordt het woord dienaar gebruikt. Dat betekent natuurlijk min of meer hetzelfde. Maar 'dienstknecht' kwam even extra binnen, om meer dan één reden. Juist nu het zou gaan over de voetwassing.

Bij het kindermoment deden we de voetwassing een beetje na. Ik waste niet de voeten maar de handen van een paar kinderen waarna ze iets lekkers kregen. Tot ik bij Judith kwam (lees: Judas). Ik zei tegen de kinderen: “Hé, wacht, dit is Judith en die heeft zo ontzettend gemeen tegen me gedaan en ze wil nog veel meer gemeens gaan doen. Moet ik haar handen nu ook wassen en haar iets lekkers geven?”

Er kwamen mooie reacties. Aanvankelijk zeiden de kinderen dat ik Judiths handen ook moest wassen. “Zou jij dat zelf ook doen als iemand zo lelijk tegen je heeft gedaan?” vroeg ik. “En zij was echt heel gemeen en ze is nog veel meer van plan, weet ik toevallig,” voegde ik er aan toe. Toen kregen de kinderen het moeilijker. Eentje stelde voor dat ik de teil met water over haar heen zou gieten.

Kinderen zijn eerlijk en nemen geen blad voor de mond. Ze zeggen wat wij denken en voelen maar wijselijk voor ons houden. Zo houden ze ons een spiegel voor. Mij wel in ieder geval. Want ik ken wel een Judas/Judith die ik op sommige momenten graag een plens water over zijn/haar hoofd zou willen gooien. Ik voel niet altijd mee met en heb niet altijd even veel gevoel bij die bekende Bijbelse oproep: vergeld het kwade met het goede. Heilzaam, maar o zo moeilijk. Daar weet ik uit ervaring wel het een en ander van. Dan moet ik echt even heel goed naar Jezus kijken: die vergold bij voorbaat het kwaad dat nog moest komen met het goede door ook Judas’ voeten te wassen.

“Hij diende ons als knecht”, zongen we in de dienst. Ja, ons. Omdat Hij zijn leven heeft afgelegd. Voor ons. Hij die ook hoog en droog boven in de hemel had kunnen blijven. Maar uit ondoorgrondelijke liefde een heel andere keuze maakte.

Liefde tot het uiterste, zoals aan het begin van het verhaal van de voetwassing staat. Tot dat uiterste hoef ik niet te gaan. Dat kan ik ook niet. Het Evangelie is nu juist: dat doet Hij. Eenmalig, uniek. Eens en voor altijd: "Het is volbracht!". De voetwassing vindt daags voor de kruisiging plaats. Ze liggen op één lijn. Met deze les op dát moment leert Jezus ons: "mijn liefde voor jullie gaat aan het kruis tot het uiterste, dat hoeven jullie niet. Maar jullie ... was alsjeblieft elkaars voeten!"

In die consistorie drong het even goed tot me door: dienstknecht – die mag vertellen over de lijdende Knecht en het omgekeerde patroon van het kruis. Als klein mannetje mag ik dat met vallen en opstaan doen. Bij die roeping om daarvan in leer en leven te getuigen werd ik even nadrukkelijk bepaald. Practise what you preach door niet terug te meppen, en dan nog harder, maar de andere wang toe te keren; door de minste te willen zijn en de ander te willen dienen; door niet mijn eigen belang bovenaan te zetten, maar dat van de ander; door niet het recht van de sterkste te laten geleden maar juist oog te hebben voor de kwetsbaren. Dienstknecht zijn in de praktijk van het leven! Me niet te goed voelen, maar zelf klein worden, me klein maken, klein zijn.

Maar wat was ik dat ook snel weer even kwijt! Na de dienst kwamen we weer bij elkaar in de consistorie. Het was een mooie dienst geweest, zeiden de commissie en kerkenraad. Complimenten alom tot en met de vraag ‘wanneer kom je weer?’ Ik voelde me even heel wat: ik heb het toch maar in de vingers! Wel handig ook, nu ik als freelance dominee door het leven ga. Een goede naam is nooit weg, dat opent deuren naar nieuwe klussen. Ik had daar zo aan tafel kunnen zitten met die twaalf. Onderweg en aan tafel hadden ze nota bene zitten ruziën over wie van hen de belangrijkste was. En zo werden er geen voeten gewassen. Ze voelden zich belangrijk. Méér dan een ander. Net zoals ik die me even weer heel wat voelde na die dienst.

En toen ging dezelfde ouderling weer voor in gebed. Hij dankte voor de mooie dienst. En vroeg de Heer of Hij zijn dienstknecht op diens verdere weg in zijn nieuwe situatie wilde zegenen en gebruiken in dienst van zijn Koninkrijk. Dat gebed was even hard nodig. Voor ik het weet, ben ik het vergeten en ben ik de mindset van Jezus weer kwijt. Zo tegendraads is die vergeleken bij hoe het in de wereld en in mijn eigen hart toegaat. Maar zo heilzaam! Dus goed om er die zondag nadrukkelijk bij bepaald te worden: in leer en leven ben ik een dienstknecht.